Project Description

Een kleur is altijd afhankelijk van de context waarin je die kleur ziet. Dezelfde kleur zal anders lijken als het omringd wordt door andere kleuren. Onze visuele kleurperceptie is daarom bijna nooit zoals wij denken dat de kleur werkelijk is. We weten allemaal dat iedere kleur anders gezien wordt in relatie tot andere kleuren, het kunnen voorspellen hoe een kleur zal worden beïnvloed of verandert door de omgevingskleuren is bij een kleuradvies daarom erg belangrijk.

In deze training gaan we dieper in op de verschillen tussen simultaan (=gelijktijdig) contrast, het successief (=opeenvolgend) contrast en hun nabeeld. Omdat ze zo nauw verwant zijn  worden deze contrasten vaak door elkaar gehaald.

Leer alles over deze contrasten.

Successief contrast

Dit contrast is een vorm van gezichtsbedrog. Als je wat langer kijkt naar een sterke kleur zal je de volgende kleur niet juist waarnemen, de complementaire kleur ontstaat. Wat gebeurt daar nu precies; met het oog kijk je naar, bijvoorbeeld, een patroon van een jurk met grote rode vlakken op een witte achtergrond. Op dat moment ziet het niet alleen de kleur die op dat moment bekeken wordt maar ontstaat ook het nabeeld van de complementaire kleur.

Het zijn de pure kleuren die een nabeeld geven die de omliggende kleuren beïnvloeden, dit gebeurt vooral bij neutrale kleuren zoals wit, licht, en medium grijs. Hoe het nabeeld zich manifesteert hangt af van de grote van het kleuroppervlakte. Om een nabeeld op te roepen moet het vlak van de pure kleur groter zijn dan de kleur waar het nabeeld op verschijnt. Grote rode stippen op een witte jurk bijvoorbeeld kunnen de complementaire kleur van rood oproepen en een groen-blauwe schijn rond de rode stip geven. Zijn het kleine rode stippen, die ook niet te talrijk zijn, dan zal het nabeeld niet verschijnen.

Bij een pure kleur die omringd wordt door de complementaire kleur zal er nooit een nabeeld ontstaan. Het nabeeld ontstaat namelijk doordat het oog de complementaire kleur zoekt. Een jurk met grote rode stippen op een groene ondergrond zal dus nooit een nabeeld geven.

Het successief contrast ontstaat dus als een sterke kleur naast een (min of meer) lichte neutrale kleur staat. Het oog krijgt een soort overdaad van de stralingskracht van die kleur en compenseert dit door gelijktijdig de complementaire kleur op te roepen. Het nabeeld komt wel in een lichtere value.

  • Rood, complementaire kleur groen
  • Geel, complementaire kleur paars
  • Blauw, complementaire kleur oranje

 

Simultaan contrast

Gaat het bij het successief contrast om het nabeeld dat ontstaat bij het kijken naar kleuren; simultaan contrast ontstaat door de interactie tussen kleuren, gebroken kleuren en neutrale kleuren. Door deze interactie zien we eenzelfde kleur steeds anders.  Er zijn twee soorten simultaan contrast*:

  • A-chromatisch simultaancontrast

Een medium grijs op wit of datzelfde grijs op een zwarte ondergrond zal de value van het grijs veranderen. Op het wit zal dit grijs donkerder lijken, op het zwart lichter.

  • Chromatisch simultaan Contrast

Wisselwerking tussen kleuren die naast elkaar staan en daardoor door elkaar beïnvloed worden. Een klein grijs vlakje in een groot geel vlak zal gelijktijdig de complementaire kleur, een lichtpaarse schijn, krijgen.

 

Dit contrast biedt de mogelijkheid de perceptie van kleur te beïnvloeden. Een oranje kleur op een gele ondergrond zal roder lijken dan hetzelfde oranje op een rode ondergrond. De gele ondergrond onttrekt het geel uit het oranje waardoor het een oranje-rode kleur lijkt. Op de rode ondergrond zal het oranje geler lijken doordat de rode ondergrond het rood uit het oranje als het ware absorbeert.

Je kunt dit ook omkeren door twee verschillende kleuren er hetzelfde te laten uitzien op zorgvuldig uitgekozen achtergronden. Als je een gele en rode achtergrond gebruikt en op de gele achtergrond een geel-oranje kleur plaatst en op de rode achtergrond een rood-oranje kleur, dan kunnen deze twee tinten oranje er hetzelfde uitzien, als hun samenstellingen goed zijn. Oranje is een mix van geel en rood. Op het moment dat je de twee verschillende oranje kleuren op de ondergrond legt, zal de ondergrond hier respectievelijk het geel en het rood uit het oranje absorberen waardoor het oranje overblijft.

Doordat de nabeelden van het successief en simultaan contrast allemaal in onze hersenen plaatsvinden kun je dit niet fotograferen.

Voorbeelden hoe je een kleur kunt beïnvloeden als je kleding koopt:

  • Een gedempte jurk in taupe kun je helderder laten lijken met een spierwit jasje of een sjaal met heldere kleuren zoals turquoise en oranje.
  • Een gebruinde huid (oranje) zal met een polo in turquoise nog bruiner lijken.
  • Voor iemand met veel rood in het gezicht is een krachtig blauw geen goede keuze.
  • Groene ogen zullen groener lijken met een rode top.

 

Wil je niet dat bij een kleurontwerp een nabeeld ontstaat dan kun je twee dingen doen;

1. Je voegt een beetje van de complementaire kleur toe

2. Werk met duidelijke belijningen en kleur grenzen die als buffers tussen twee kleuren kunnen dienen.

 

 

Door het zien en door het maken van oefeningen tijdens deze training, ga je zelf ervaren hoe deze contrasten werken.

 

Data en prijs op aanvraag.